Asgrauwe koraalzwam (Clavulina cinerea)


Het mycelium van de asgrauwe koraalzwam is een ectomycorrhiza-partner
van allerlei boomsoorten, waaronder grove dennen (2,12). Volgens een
Kroatische website is de schimmel ook een saprofyt (10). De paddenstoel
kan inderdaad op rottend hout en op begraven kegels van
naaldbomen verschijnen (4). De vruchtlichamen van Clavulina cinerea
zijn koraalvormig en hebben vertakkingen die 3 tot 11 cm hoog en 0,4
tot 1,2 cm breed kunnen zijn (3,4,10). Meestal worden ze niet hoger dan
6 cm. Ze zijn lichtgrijs of rozegrijs tot grijs van kleur en hebben
stompe (soms ook hoornvormige) punten. Die punten zijn doorgaans
lichter getint dan de rest van het oppervlak (10) en niet afgeplat (4).
Ze kunnen een vuilwitte of geelachtige kleur hebben (4). De takken van
het vruchtlichaam rijzen op uit een gemeenschappelijke steelbasis, die
geelwit tot okerkleurig is. Ze staan verticaal omhoog, zijn soms
golvend, licht gerimpeld en meerdere keren V-vormig vertakt. Een
bosje van dicht bijeenstaande of vergroeide asgrauwe koraalzwammen kan
een doorsnee van 20 cm krijgen (4). De paddenstoel groeit verspreid of
in kleine groepjes in loof- en naaldbossen (3). In Estland is de
soort heel algemeen en wijdverspreid, zowel in natuurlijke als in door
mensen beïnvloede habitats (11). In een transect in Schotland, dat liep
van open heidegebied (met verspreide grove dennen) tot in naaldbos,
stonden asgrauwe koraalzwammen vooral aan het boseind van het
transect (1). De paddenstoel is goed bestand tegen vorst (4,5). Hij
komt in een groot deel van de wereld voor, in ieder geval in Europa,
Noord Amerika, Zuid Amerika, Australië en Azië (4). Op een Duitse
Wikipedia-pagina wordt beweerd dat hij in Afrika lijkt te
ontbreken (4), maar dat is vermoedelijk niet juist, want de soort is
bekend uit Kenya (7).
Naam
De genusnaam Clavulina
("knotsje") is afgeleid van het Latijnse woord voor "knots" (en
betekent in sommige talen "kruidnagel", want een kruidnagel
ziet eruit als een knotsje). De soortnaam cinerea betekent "rokerig" of "asgrauw" (grijskleurig). Clavaria grisea, Ramaria cinerea en Clavaria fuliginea zijn synoniemen van Clavulina cinerea (9). Corallium cinereum en Merisma cinereum zijn andere synoniemen (3,4). Door een moleculair-biologisch onderzoek werd de indruk gewekt dat Clavulina cinerea mogelijk niet één enkele soort is, maar een complex van meerdere sooten (8).
Eetbaarheid/nut
Vruchtlichamen
van de asgrauwe koraalzwam zijn volgens kenners uitstekend eetbaar
(4,10), maar meestal te klein en te weinig talrijk om te worden
verzameld. Op de Balkan beschouwen velen de asgrauwe koraalzwam als een
buitengewoon smakelijke paddenstoel, waarvan het aroma tijdens het
koken
nog intenser wordt, en heel sterk is (10). Maar de vruchtlichamen
kunnen worden aangetast door het koraalzwamparasietkogeltje (Helminthosphaeria clavariarum),
een parasitaire schimmel. De onderkant van de koraalzwam krijgt dan een
donkergrijze kleur met zwarte vlekjes (6). Als zulke vlekjes zichtbaar
zijn, kunnen koraalzwammen niet meer worden gegeten, want Helminthosphaeria
is giftig (4,5). De vruchtlichamen bevatten triterpenen die
de groei van kankercellen kunnen remmen, maar in dat opzicht niet
zeer potent zijn (7).
Waar gevonden
Wij zagen asgrauwe koraalzwammen in het Natuurschoonbos bij Nietap (Dr.).
Literatuur
1. Anderson IC, Campbell CD, Prosser JI (2003) Diversity of fungi in organic soils under a moorland – Scots pine (Pinus sylvestris L.) gradient. Environ Microbiol 5:1121-1132.
2. Bonet JA, Fischer CR, Colinas C (2004) The relationship between forest age and aspect on the production of sporocarps of ectomycorrhizal fungi in Pinus sylvestris forests of the central Pyrenees. Forest Ecol Manag 203:157-175.
3. Clavulina cinerea. Document op ultimate-mushroom.com.
4. Graue Koralle. Document op de.wikipedia.org.
5. Graue Koralle, Grauer Korallenpilz, Grauer Keulenpilz, Graue Blasskoralle. Document op 123pilze.de.
6. Helminthosphaeria clavariarum on Clavulina cinerea. Document op projectnoah.org.
7. Njue AW, Omolo JO, Cheplogoi PK, Waweru AW (2017) Cytotoxic triterpenoids from the mushroom Clavulina cinerea (Bull) J. Schröt (Cantharellaceae). Int J Biol Chem Sci 11:865-873.
8. Olariaga I, Jugo BM, García-Etxebarria K, Salcedo I (2009) Species delimitation in the European species of Clavulina (Cantharellales, Basidiomycota) inferred from phylogenetic analyses of ITS region and morphological data. Mycol Res 113:1261-1270.
9. O'Reilly P. Clavulina cinerea (Bull.) J. Schröt. - Grey Coral. Document op first-nature.com.
10. Pepeljasta Capica - Clavulina cinerea (Bull.) J.Schröt. Document op cromushrooms.eu.
11. Shiryaev A (2009) Diversity and distribution of clavarioid fungi in Estonia. Folia Cryptog Estonica 45:65-80.
12. Smit E, Veenman C, Baar J (2003) Molecular analysis of ectomycorrhizal basidiomycete communities in a Pinus sylvestris L. stand reveals long-term increased diversity after removal of litter and humus layers. FEMS Microbiol Ecol 45:49-57.
Terug naar de soortenlijst (buiten Zuidhorn)