Peperbus (Myriostoma coliforme)
Peperbus 1Peperbus 2
De peperbus is een forse aardsterachtige paddenstoel, die binnen Nederland uitsluitend voorkomt in de kustduinen (vanaf Zeeland [10] tot iets ten noorden van Castricum). De soort groeit in de kalkrijke duinen onder struiken en op open plekken in duinstruweel bestaande uit meidoorn, kardinaalsmuts, duindoorn en vlier met een ondergroei van hondsdraf, vogelmuur en grote brandnetel. Het mycelium van de peperbus leeft als saprotroof van dood organisch materiaal dat zich in de bodem bevindt en heeft een sterke voorkeur voor ouder meidoornstruweel [3]. De vruchtlichamen bestaan uit een exoperidium-krans van 6 tot 12 slippen die in uitgespreide toestand 4 tot 12 cm breed kan zijn met daarboven een bolletje (endoperidium) van 2,5 tot 5 cm breed met meerdere mondopeningen dat door meerdere steeltjes met de krans is verbonden. De bovenzijde van de slippenkrans is bij jonge exemplaren bleekbruin, later donkerder bruin. De onderzijde van de krans is bruinachtig en los van de bodem (zonder aangegroeide gronddeeltjes). Het sporenbevatende bolletje is licht geelbruin tot licht grijsbruin en heeft een ruw, korrelig oppervlak. De peperbus was vroeger algemener dan tegenwoordig, maar in de periode voorafgaand aan de zeventiger jaren van de twintigste eeuw deed zich een sterke afname voor [8]. Sinds die tijd is de soort duidelijk zeldzamer [5]. In Engeland werd de soort zelfs uitgestorven geacht, maar hij is in recente jaren opnieuw gevonden in de graafschappen Norfolk en Suffolk [6,7]. De peperbus is behoorlijk wijdverspreid. Er zijn vondsten bekend uit Argentinië, Brazilië, de Canarische Eilanden, Hawaï, Mexico, Zuid-Afrika, de Verenigde Staten, Australië, en Europa (Oekraïne, Bulgarije,Sardinië, Italië, Spanje, Frankrijk, België, Nederland, Duitsland,Verenigd Koninkrijk, Zweden) [1,2,9,13,14]. Op grond van recent taxonomisch en moleculair biologisch onderzoek is er echter niet één soort peperbus, maar moet Myriostoma coliforme worden opgesplitst in vier afzonderlijke soorten [11].

Naam
De genusnaam Myriostoma is afgeleid van het Griekse murios (tienduizend, of oneindig veel) en stoma (mond). Het betekent dus "duizenden" of "erg veel monden". De soortnaam coliforme (zeefvormig) is afgeleid van de Latijnse woorden colum (zeef) en forma (vorm) [12]. De Nederlandse naam peperbus heeft betrekking op het feit dat de sporen uit vele gaatjes worden afgegeven waardoor de paddenstoel met enige fantasie op een peper- of zoutvat lijkt. De verwantschappen tussen verschillende aardsterren, de peperbus incluis, zijn onderzocht met moleculair-biologische technieken [4].

Eetbaarheid/nut
Vruchtlichamen van de peperbus zijn voor mensen niet eetbaar.

Waar gevonden
Wij hebben eens drie exemplaren van de paddenstoel gevonden in de beschaduwde berm van een wandelpad door het Noordhollands Duinreservaat (terrein Castricum), in de maand september. Bovenstaande foto's laten er twee zien, maar jammer genoeg zijn de karakteristieke vele gaatjes aan de bovenzijde niet meer zichtbaar omdat de vruchtlichamen erg oud waren. Volgens de lokale boswachter waren het toch restanten van peperbussen en niet van forse aardsterren (Geastrum coronatum).

Literatuur
1. Guardiola M, Areales MC, Bou J, Corbera J, Crespo A, Oltra J, Pou A, Tort S, Santamaria S, Llistosella J (2018) Distribució i estat de conservació de Myriostoma coliforme (Geastraceae, Basidiomycota) a Catalunya (NE península Ibèrica). Butlleti de la Institució Catalana d'Història Natural 82:57-62.
2. Guinberteau H (2005) Découverte d’une nouvelle station en Gironde d’un champignon très rare en Aquitaine : Myriostoma coliforme (With.: Pers.) Corda. Miscellanea Mycologica 84:6-12.
3. Jalink L, Nauta M (2002) Paddestoelen in struwelen in kalkrijke duinen. De Levende Natuur 103:98-100.
4. Jeppson M, Nilsson RH, Larsson E (2013) European earthstars in Geastraceae (Geastrales, Phallomycetidae) – a systematic approach using morphology and molecular sequence data. Systematics and Biodiversity 11:437-465.
5. Keizer PJ (2008) Peperbus Myriostoma coliforme (With.: Pers.) Corda. In: Kalkman V (ed.) De soorten van het leefgebiedenbeleid. Leiden: EIS Nederland, p.49-51.
6. Leech T, Dove T, Revett J (2009) The distribution and identification of earthstars (Fungi: Geastraceae) in Norfolk. Trans Norfolk Norwich Nat Soc 42:11-26.
7. Mahler N, Ainsworth M (2010) A second recent record of Myriostoma coliforme (critically endangered) from East Suffolk. Field Mycology 11:144-145.
8. Nauta M, Vellinga EC (1992) Towards a distribution atlas of macrofungi in The Netherlands. Mycologist 6:6-10.
9. Perini C, Salerni E, Cantini D, Antonini D, Antonini M, Bistocchi G, Arcangeli A, Padula R, Flores GA, Venanzoni R, Angelini P (2021) New insights confirming the presence of Myriostoma coliforme in Italy. Czech Mycology 73:203-214.
10. Remijn H (2007) Sterrenparadijs. Coolia 50:177-180.
11. Sousa JO, Suz LM, García MA, Alfredo DS, Conrado LM, Marinho P, Ainsworth AM, Baseia IG, Martín MP (2017) More than one fungus in the pepper pot: Integrative taxonomy unmasks hidden species within Myriostoma coliforme (Geastraceae, Basidiomycota). PLoS ONE 12:e0177873.
12. Myriostoma coliforme. Document op en.wikipedia.org.
13. Sieberdstern. Document op de.wikipedia.org.
14. Winterhoff W (2010) Der Siebstern (Myriostoma coliforme) in der nördlichen Oberrheinebene. Carolinea 68:95-97.

Terug naar de soortenlijst